De Revue gepasseerd | Natuurrapport 2016 – Aan de slag met ecosysteemdiensten

De Revue gepasseerd | Natuurrapport 2016 – Aan de slag met ecosysteemdiensten

5 april 2017 om 15:07 door Bert De Somviele

BR61b-covernara_nieuwsbrief.png

Elke 2 jaar brengt het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek het Natuurrapport uit, waarin het de toestand van de natuur in Vlaanderen onder de loep neemt, de trends en toekomstverwachtingen analyseert en het voorbije beleid m.b.t. natuurbehoud evalueert.

De doelstelling van het Natuurrapport is het leveren van informatie over “de toestand van de natuur” in een vorm die toelaat de kwaliteit van natuur- en milieubeleid te optimaliseren. Geen wonder dat de Vlaamse natuursector telkens reikhalzend uitkijkt naar de publicatie van deze tweejaarlijkse “State of the Flemish Nature”. Op 17 februari jl. was het weer zover, en werd een nieuwste boreling in de rij Natuurrapporten in het Vlaams Parlement boven de doopvont gehouden. Overigens niet toevallig op die plek, want het is een expliciete doelstelling van het Natuurrapport om onze beleidsmakers te informeren waar vooruitgang wordt gerealiseerd en waar bijkomende inspanningen nodig zijn, en om de beleidsuitvoerders en andere betrokkenen door informatieverstrekking te helpen de doelstellingen inzake biodiversiteit te realiseren.

Diverse sprekers benadrukten die dag heel sterk dat, wat in het verleden van toepassing was geweest voor andere infrastructuren (aanleg van wegen voor auto’s, van luchthavens voor vliegverkeer, van distributienetten voor energie, …), nu ook geldt voor groene infrastructuur: onze beleidsmakers moeten het voortouw nemen en een beleidsmatig en ondersteunend kader scheppen waarin de broodnodige groene infrastructuur kan gerealiseerd worden, opdat onze natuur de voor ons noodzakelijke ecosysteemdiensten kan blijven leveren. Reeds uit het Natuurrapport 2014 was overigens gebleken dat het niet de goede richting uitgaat met onze ecosysteemdiensten: de natuur in Vlaanderen staat onder zo hoge druk dat ze niet langer in staat is om de van haar vereiste ecosysteemdiensten naar behoren te vervullen, en jaar na jaar wordt dit probleem acuter.

Bevoegd minister Schauvliege sprak bij de overhandiging van het eerste exemplaar van het Natuurrapport 2016 het engagement uit om met de Vlaamse Regering “een kentering teweeg te brengen in de degradatie van onze ecosysteemdiensten”.

Een interessante denkoefening die die dag door de onderzoekers van het INBO werd voorgesteld betrof de reeds lang beloofde maar nog steeds niet gerealiseerde 10.000 hectare bosuitbreiding. Vanuit drie kijkrichtingen – minimaal verlies van inkomsten voor professionele landbouw, realisatie van een voldoende aanbod stadsbossen, aanleg van biodiversiteitsbossen – werd deze oppervlaktedoelstelling benaderd, en poogde men de eruit resulterende ecosysteemdiensten te waarderen. Onder elk van de 3 scenario’s met 10.000 hectare bosuitbreiding worden telkens andere oppervlaktes bebost. En dus ontstaat er een trade-off: als bepaalde maatschappelijke doelen en ecosysteemdiensten in één scenario gerealiseerd worden, is dat voor andere in hetzelfde scenario veel minder het geval. Rekening houdende met ons beperkte en erg versnipperde bosareaal, waarvan slechts 15% echt oud bos is, was de conclusie simpel: om alle ecosysteemdiensten afdoende te realiseren, is meer dan 10.000 hectare bosuitbreiding nodig. En dat terwijl het maatschappelijk-economische dividend dat deze nieuwe bebossingen zouden genereren overduidelijk positief is, alleen is het niet makkelijk om dit d.m.v. privé-initiatieven ook de commercialiseren. Een duidelijk voorbeeld is de gezondheidsmeerwaarde: de aanleg van bijkomende bossen zorgt voor een significante maatschappelijke winst op vlak van gezondheid die echter niet te capteren valt door privé-initiatief. Een helder signaal dat de overheid hierin het voortouw moet nemen.

Het Natuurrapport 2016 draagt de titel ‘Aan de slag met ecosysteemdiensten’ en bestaat uit een syntheserapport, dat de belangrijkste bevindingen samenvat en aanbevelingen voor het beleid formuleert. Wie meer wil weten kan zich verdiepen in de 7 hoofdstukken van het uitgebreid technisch rapport. Naast een algemene inleiding verdiepen deze zich in een zeer breed spectrum aan thema’s. Passeren de revue:

  • het groene-infrastructuurbeleid voor het Vlaanderen van de toekomst;
  • het ecosysteemdienstenverhaal voor de concrete case van het Regionaal Landschap Rivierenland;
  • een analyse van de toenemende verstedelijking en de landbouwintensivering en hoe zij onze ecosystemen en hun diensten in stijgende mate onder druk zetten;
  • aanbevelingen om ook onze landbouwsector zijn ecosysteemdienstenaanbod te laten verhogen;
  • een afwegingskader m.b.t. het bos: hoe zouden we ecosysteemdiensten moeten waarderen, om op die manier een betere inschatting te kunnen maken van de werkelijke maatschappelijke kost van ontbossing, of omgekeerd, van de maatschappelijke meerwaarde van bebossing?
  • een reflectie over de taal die we zouden moeten hanteren om het begrip ecosysteemdiensten ingang te laten vinden bij het brede publiek, en aldus meer draagvlak te genereren voor de natuur in Vlaanderen.

In het aparte hoofdstuk “Werken met landschappen loont, pioniers aan het woord” besteedt het Natuurrapport aandacht aan inspirerende voorbeelden. Ook voor tuinen (nog te publiceren) en onbebouwde woonuitbreidingsgebieden doet het Natuurrapport aanbevelingen om de ecosysteemdiensten er te verhogen. Geen overbodige denkoefening, want met ca. 10% van onze landoppervlakte bieden onze privétuinen een zeer groot (en voorlopig zwaar onderbenut) potentieel om meer en betere ecosysteemdiensten te leveren. En in het kader van de aangekondigde betonstop wordt het natuurlijk cruciaal om een kwaliteitsvol afwegingskader te ontwikkelen dat toelaat om keuzes te maken over de vele tienduizenden hectare niet-gerealiseerde woonuitbreidingsgebieden in Vlaanderen.

ISSN 2565-6953 – Bosrevue 61b

Bekijk PDF

Labels: