De Revue gepasseerd | Het verborgen leven van bomen

De Revue gepasseerd | Het verborgen leven van bomen

15 maart 2017 om 15:52 door Dries Van der Heyden

BR61derevuegepasseerd_coverfoto.jpg

Op minder dan twee jaar tijd verwierf de Duitse boswachter Peter Wohlleben (1964) grote bekendheid met zijn boek Het verborgen leven van bomen (origineel: Das geheime Leben der Bäume). Terwijl de eerste druk in 2015 slechts een oplage had van 4000 exemplaren, werd het uiteindelijk met meer dan 300 000 verkochte exemplaren het bestverkochte non-fictie boek in Duitsland (De Morgen, 2016).

Daarnaast was het in de eerste helft van 2016 amper weg te dringen van de hoogste plaats op de bestsellerlijst voor non-fictie boeken van Der Spiegel (buchreport, 2017). Ook buiten de Duitse grenzen scheerde het boek hoge toppen. Het verscheen ondertussen in 27 taalgebieden en is besproken in gerenommeerde kranten over heel de wereld zoals The New York Times en The Australian. De Nederlandse vertaling kwam uit op 29 maart 2016 bij A.W. Bruna/Lev. en bereikte ook in de Lage Landen menige huiskamer (meer dan 25 000 verkochte exemplaren).

De man achter het verhaal

Niet alleen zijn boek sloeg aan, ook Peter Wohlleben zelf kwam volop in de spotlights terecht. Zo was hij onder meer te gast in verscheidene talkshows (bv. het Scandinavische Skavlan en Canadese TVO) en mocht hij zijn bevindingen toelichten in de documentaire Intelligent Trees.

Peter Wohlleben volgde een opleiding bosbouw in Rottenburg am Neckar en werd vervolgens ambtenaar en houtvester in dienst van de staat (Peter Wohlleben, 2017). Eerst werkte hij in Rheinland-Pfalz, later in de bossen van Hümmel en Wehrshofen in de Eifel. Tijdens die periode evolueerde zijn kijk op het bosbeheer. De focus op houtopbrengst maakte plaats voor een meer ecologische instelling en zijn aanpak werd bovendien meer ethisch en emotioneel geïnspireerd. Hij keerde zich af van de klassieke bosbouw die volgens hem de bossen exploiteert maar niet beschermt. Daarnaast haalt hij vaak aan dat hij nieuwe inzichten verwierf in gesprek met de bezoekers die hij rondleidde in de bossen. Zij wezen hem op de schoonheid van kromme, kronkelende stammen die hij met zijn oog voor houtkwaliteit als minderwaardig beschouwde. Om zijn nieuw gedachtengoed in de praktijk te brengen begon hij onder andere met de inrichting van een begraafbos. In deze zone mochten de beuken niet meer gerooid worden, maar konden mensen de assen van hun overleden dierbaren begraven. Het project was een financieel succes. Door zijn overtuiging om steeds minder met zware machines te exploiteren botste hij echter vaak met zijn oversten. In 2006 nam hij uiteindelijk ontslag bij de staat. Hij overwoog om met zijn vrouw en twee kinderen naar Zweden te emigreren, maar dat was buiten de gemeente Hümmel gerekend. In de gemeenteraad werd beslist om uit de staatsbosadministratie te stappen en Peter Wohlleben werd aangesteld als beheerder van de 1200 hectare gemeentelijke bossen. Sindsdien worden er geen pesticiden meer gebruikt en werd het exploiteren met zware machines vervangen door minder houtoogst en het uitslepen met paarden. Zijn aanpak bleek ook economisch te werken. Het verlies aan houtopbrengst werd ruimschoots gecompenseerd door het begraafbos, rondleidingen, blokhuttentochten en andere bosactiviteiten. Ook de gemeente Wehrshofen schaarde zich achter Peter Wohlleben. In december vorig jaar (2016) richtte hij met 2 collega’s een bosacademie op die vooral op het gebied van Wehrshofen actief is wegens de ideale omstandigheden voor survivalactiviteiten.

De weg die hij aflegde, verliep niet altijd van een leien dakje. Hij kreeg veel weerstand van de jachtlobby en andere bosbouwers en nam te veel hooi op zijn vork. In 2009 kreeg hij paniekaanvallen en kwam hij op de rand van een burn-out (De Standaard, 2016). Een betere werk/vrije tijd indeling en de steun van zijn vrouw hielpen hem erbovenop.

De boswachter en zijn pen

Bezoekers vroegen na zijn rondleidingen in de bossen van de Eifel vaak of ze zijn verhalen en achtergrondinformatie ergens konden lezen. Nadat een vriendin hem ooit voorstelde om zijn bomenverhalen neer te schrijven besloot hij om er zelf een boek over te maken. Het verborgen leven van bomen behandelt allerlei processen en interacties die plaatsvinden in bossen en bomen. Het boek springt eruit door zijn anekdotische, antropomorfische benadering. Peter Wohlleben schrijft losse thematische hoofdstukken op een bondige en informatieve wijze. De anekdotische opbouw en korte schrijfstijl maken het boek enerzijds niet te zwaar, maar zorgen anderzijds wel dat het moeilijk in één ruk te doorlezen valt. Het voorgaande inhoudelijke thema is soms weinig verweven met het volgende. Ook de bron van zijn kennis varieert: van externe literatuur tot eigen waarnemingen en inzichten. Hoewel sommige inzichten nogal speculatief zijn, kan hij veel van zijn verhalen staven met wetenschappelijk onderzoek. Zijn bosbouwkundige achtergrond en praktische ingesteldheid maken het boek, ondanks de vermenselijking van de bomen, niet zweverig. Concrete voorbeelden van zijn antropomorfismen zijn de liefde en vriendschappen bij bomen, en hun taal en vermogen om pijn te voelen. Terwijl sommige vergelijkingen goed opgaan, zijn andere erg verregaand (bv. snoei omschrijft hij als een bloedbad). Op andere momenten blijft hij eerder wetenschappelijk (bv. het hoofdstuk rond watertransport) of spreekt Peter Wohlleben de lezer aan met de je-vorm om herkenning op te wekken of de lezer aan te sporen zelf op pad te gaan in een bos.

Een ethische kwestie

Het menselijke taalgebruik is een bewuste keuze. Hij wil de lezer emotioneel bij de bomen betrekken. Bomen zijn immers levende wezens, maar worden volgens Peter Wohlleben veel te vaak zo niet meer erkend. Hij wil de morele grenzen tussen dieren en planten neerhalen en pleit voor een respectvollere houding ten opzichte van beide. Hij wijdde er zelfs zijn laatste hoofdstuk aan. Zijn genegenheid voor dieren en hun morele status vormen overigens het onderwerp van de opvolger, Het innerlijke leven van dieren, dat in 2016 verscheen met de ondertitel liefde, verdriet, empathie - een verbazingwekkend inkijkje in een verborgen wereld.

Bosbeheer

Peter Wohllebens visie op bosbeheer is nobel en hij gaf reeds aan dat hij veel mooie reacties kreeg op het boek. De enige groep die er volgens hem stil over bleef, zijn collega-bosbeheerders. Dat is vreemd want zijn visie is drastisch verschillend van de realiteit en bevat ook enkele pijnpunten. In eerste instantie streeft hij naar een zo groot mogelijk aandeel van wilde bossen. Tot die bossen behoren de oerbossen die altijd (of toch tot zover bekend is in literaire of cartografische bronnen) bos zijn geweest, maar ook recentere bossen. De term wilde bossen duidt hier op wouden waar zo goed als geen beheer (nulbeheer) plaatsvindt. In het hoofdstuk Vrij spel omschrijft hij hoe door niet meer te beheren ook uit monoculturen terug oerbos-achtige wouden zullen ontstaan. Wanneer er toch beheerd (en geëxploiteerd) dient te worden, kiest Peter Wohlleben voor het plenterbedrijf. Dit is een beheersysteem dat een bos beoogt waarbij alle leeftijden en diameterklassen gemengd zijn. Er wordt boomsgewijs geëxploiteerd in plaats van in een beperkte periode zekere oppervlaktes te kappen (den Ouden et al., 2010).

Zijn beeld van de ‘klassieke bosbouw’ is nogal zwart-wit en hij generaliseert sterk. Hij vergelijkt de meeste hedendaagse bosbeheersystemen met intensieve landbouwsystemen. Voor grootschalige productiebossen met kaalslag en een korte bedrijfstijd gaat de vergelijking op. Echter, door enkel plenterbossen of oerbossen als goede opties voor te leggen, toont hij weinig begrip voor andere natuur- en bosbeheersystemen. Zo uitte hij zich in interviews ook al scherp tegen begrazingsbeheer dat soms wordt ingezet om een soort wastinelandschap met grasland, ruigte, struiken en boomgroepen te creëren. Ook hakhout en middelhout, twee beheersystemen waarbij (een aantal van de) bomen tot op de grond of tot op korte hoogte worden afgezet in relatief korte omlooptijden (2 tot 30 jaar), vallen helemaal niet te rijmen met de visie van Peter Wohlleben. Nochtans hebben die systemen een erg hoge cultuurhistorische waarde. Bovendien zorgen de veel lichtrijkere condities voor een andere soortensamenstelling en een andere soort biodiversiteit. Hierbij moet wel genuanceerd worden dat Peter Wohlleben spreekt voor en vanuit zijn ervaring over Midden-Europa. Daar lenen schaduwboomsoorten zoals beuk en zilverspar zich goed voor plenterbossen. Wanneer lichtboomsoorten zoals eiken een hoofdrol spelen, wordt het plenterbos veel moeilijker aan te houden.

Houtproductie

Een laatste pijnpunt ligt in de houtproductie. Volgens Peter Wohlleben zijn we slecht bezig en moeten we minder hout uit de bossen halen. Hierbij heeft hij echter geen oog voor het groter plaatje. Om de EU-doelstellingen voor 2020 en 2030 rond hernieuwbare energie te halen, wordt steeds vaker naar houtige biomassa gegrepen (Johnston & Kooten, 2016). De vraag naar hout voor energie (bv. houtpellets) in Europa stijgt dan ook sterk en zal dat blijven doen in de nabije toekomst (UN ECE/FAO, 2016; Sikkema & Fiorese, 2014). Hiervoor wordt nu al hout geïmporteerd vanuit bosrijke regio’s over de hele wereld. Door minder hout uit de Europese bossen te halen zal de import enkel stijgen, waardoor het probleem verschuift naar landen zoals Canada en Rusland, waar er overigens nog veel meer échte oerbossen te vinden zijn. Ook substitutie van houtproducten door materialen gebaseerd op aardolie of ertsen uit grootschalige mijnbouw is geen duurzame oplossing. Wanneer hout op een duurzame manier wordt geoogst, kan het bij de juiste toepassingen, zoals voor meubels of constructie, een belangrijke mitigatiemaatregel in de strijd tegen klimaatopwarming worden. Dat het mogelijk is om toch houtproductie te behouden, maar ook veel rekening te houden met andere belangrijke functies van de bossen, kan ook worden gestaafd met voorbeelden uit Vlaanderen. Zo zijn er bijvoorbeeld boscomplexen als het Meerdaalwoud waar door toepassing van geïntegreerd (multifunctioneel) bosbeheer met oog voor de biodiversiteit, recreatie en andere ecosysteemdiensten ook een duurzame houtoogst gewaarborgd wordt.

Natuurbeleving

Globaal gezien is Het verborgen leven van bomen echter ontegensprekelijk een mooi en positief verhaal. Het is een boek dat de verbeelding prikkelt. Eigenlijk is het bovenal een – volledig terechte – uitstekende reclame voor bossen in het algemeen. Hopelijk geeft het veel mensen zin om zelf de wondere wereld van de bomen te gaan ontdekken in het bos. Want natuurbeleving is uiterst belangrijk, vooral vanaf jongs af aan. Peter Wohlleben gaf het aan in zijn voorwoord, maar ook grote figuren zoals Charles Darwin (Johan Braeckman, 2016) en David Attenborough (dailymail, 2014) kwamen in hun jonge levensjaren veelvuldig in contact met de wonderlijke wereld van de natuur en kregen misschien daar hun passie te pakken…

Referenties

Buchreport, Das geheime Leben de Bäume, geraadpleegd op 15/03/2017 via: https://www.buchreport.de/bestseller/buch/isbn/9783453280670.htm/

Dailymail, 28/02/2014, door Adam Lusher. Sir David Attenborough says children wouldn't be allowed to do it these days, but as a boy he'd disappear for weeks at a time  on 400-mile cycling trips to collect fossils – and his parents had no idea where he was. Online beschikbaar via: http://www.dailymail.co.uk/femail/article-2569361/Sir-David-Attenboroughs-childhood-memories.html

De Morgen, 26/03/2016, door Jeroen de Preter. Spin in het Wood Wide Web. Online beschikbaar via:  http://www.demorgen.be/plus/spin-in-het-wood-wide-web-b-1458953411064/

De Redactie, 30/10/2016, door Johan Braeckman. Online beschikbaar via: http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/opinieblog/opinie/1.2806933

De Standaard Weekblad, 17/12/2016, door Wouter Woussen. Beuken weten het: we moeten elkaar helpen. Online beschikbaar via: http://www.standaard.be/cnt/dmf20161216_02630133

den Ouden, J., Muys, B., Mohren, F., & Verheyen, K. (Eds.). (2010). Bosecologie en bosbeheer. Leuven, België ; Den Haag, Nederland: Acco.

Johnston, C. M. T., & Kooten, G. C. Van. (2016). Global trade impacts of increasing Europe’s bioenergy demand. Journal of Forest Economics, 23, 27–44. http://doi.org/10.1016/j.jfe.2015.11.001

Peter Wohlleben. Über Mich, geraadpleegd op 15/03/2017 via: http://www.peter-wohlleben.de/Ueber-mich/

Sikkema, R., & Fiorese, G. (2014). Use of forest based biomass for bioenergy in EU-28. Annual 21st International Scientific Conference Proceedings “Research for Rural Development 2014” (Vol. 2, pp. 7–13).

UN ECE / FAO (2016). Forest Products Annual Market Review, 2015-2016. Geneva, Switzerland.

ISSN 2565-6953 – Bosrevue 60b

Bekijk PDF

Labels: