Jules Rogister (1925-2014) voortrekker van het bosecologisch onderzoek in België

Jules Rogister (1925-2014) voortrekker van het bosecologisch onderzoek in België

28 maart 2015 om 14:31 door Hans Van Calster, Lander Baeten, Luc De Keersmaeker, Bruno De Vos, Martin Hermy, Bart Muys, Kris Vandekerkhove, Bas Van der Veken, Kris Verheyen

51-2.PNG
Op 31 december 2014 overleed Julien (Jules) Rogister op 89-jarige leeftijd. Er zijn weinig bosecologen die hem niet kennen, en velen zijn hem op één of andere manier schatplichtig. Rogister studeerde af aan de Universiteit van Gent (de toenmalige landbouwhogeschool) met een thesis in de bodemkunde (Rogister 1948). Daarna werkte hij een paar jaar bij het labo voor houttechnologie (vb. Rogister 1955a, Rogister en Eeckhout 1956). In diezelfde periode maakte hij een tweede thesis, ‘De vegetatietypen van de Hoge Kempen’ (Rogister 1955b), onder promotorschap van prof. Van Miegroet. Met deze achtergrond begon hij in 1957 zijn loopbaan aan het proefstation voor Waters en Bossen te Groenendaal waar hij werkte tot aan zijn pensioen in 1990

Bekijk PDF

Referenties: 

Cornelis, J., Hermy, M., Roelandt, B., De Keersmaeker, L. & Vandekerkhove, K. (2009). Bosplantengemeenschappen in Vlaanderen, een typologie van bossen gebaseerd op de kruidlaag (p. 320). Brussel: Agentschap voor Natuur en Bos en Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.

De Keersmaeker, L., Rogiers, N., Vandekerkhove, K., De Vos, B., Roelandt, B., Cornelis, J., De Schrijver, A., Onkelinx, T., Thomaes, A., Hermy, M. & Verheyen, K. (2012). Application of the Ancient Forest Concept to Potential Natural Vegetation Mapping in Flanders, A Strongly Altered Landscape in Northern Belgium. Folia Geobotanica, 48, 137–162.

De Vos, B., Callebaut, J. & De Bie, E. (2006). Verkennend onderzoek naar de relatie tussen bladvalanalyses en vegetatietypes in geselecteerde bosproefvlakken van het NICHE meetnet. INBO.R2006.32. Instituut voor Natuur en Bosonderzoek, Brussel. 81p.

Ellenberg, H., Weber, H. E., Düll, R., Wirth, V., Werner, W., & Paulisen, D. (1992). Zeigerwerte von Pflanzen in Mitteleuropa (p. 258). Germany: Scripta Geobotanica XVIII.

Muys, B. (1989). Evaluation of conversion of tree species and liming as a measure to decrease soil compaction in a beech forest on loamy soil. Silva Gandavensis, 54, 13-26.

Muys, B. (1993). Synecologische evaluatie van regenwormactiviteit en strooiselafbraak in de bossen van het Vlaamse Gewest als bijdrage tot een duurzaam bosbeheer. Doctoraatsthesis, Faculteit van de landbouwkundige en toegepaste biologische wetenschappen RUG, Gent, 335 pp.

Muys, B. & Granval, Ph. (1997). Earthworms as bio-indicators of forest site quality. Soil Biology and Biochemistry, Vol. 29, No 3/4, pp. 323-328.

Uyttenbroeck, R., B. De Vos & Vander Mijnsbrugge, K. (2014). Verspreiding en Standplaats van Inheemse Bomen en Struiken in Vlaanderen. Onderzoek naar de relatie tussen voorkomen, bodem en omgevingskenmerken. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. 366 pp.

Van Calster, H., Baeten, L., De Schrijver, A., De Keersmaeker, L., Rogister, J.E., Verheyen, K., & Hermy, M. (2007). Management driven changes (1967--2005) in soil acidity and the understorey plant community following conversion of a coppice-with-standards forest. Forest Ecology and Management, 241, 258–271.

Van Calster, H., Baeten, L., Verheyen, K., De Keersmaeker, L., Dekeyser, S., Rogister, J.E., & Hermy, M. (2008). Diverging effects of overstorey conversion scenarios on the understorey vegetation in a former coppice-with-standards forest. Forest Ecology and Management, 256, 519–528.

Van der Veken S., Rogister, J.E., Verheyen K., Hermy M. & Nathan, R. (2007). Over the (range) edge: a 45-year transplant experiment with the perennial forest herb Hyacinthoides non-scripta. Journal of Ecology, 95, 343-351. 

Labels: