Vleermuizen in je bos, een blijk van goed bosbeheer

Vleermuizen in je bos, een blijk van goed bosbeheer

1 december 2011 om 14:26 door Alex Lefevre

38-1.PNG

België telt 21 soorten vleermuizen, waarvan minstens twee derde in bos wonen en het resterende derde er op één of andere manier ook mee verbonden is. 2011 werd door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het Internationaal Jaar van de Bossen, 2012 tot Internationaal Jaar van de Vleermuis, een reden temeer om de relatie tussen beiden wat nader toe te lichten.

Zie PDF

Referenties:

Boonman M. (2000) Roost selection by noctules (Nyctalus noctula) and Daubenton’s bats (Myotis daubentonii). J.Zool.Lond 251,385-389.

Boyles J.G., Cryan P.M., McCracken G.F. & T.H.Kunz. (2011) Economic Importance of Bats in Agriculture. Science, vol 332,1 april:41-42.

Celuch M. & Kropil R. (2008). Bats in a Carpathian beech-oak forest (Central Europe): habitat use, foraging assemblages and activity patterns. Folia Zool 57(4):358-372.

Dekeukeleire D. & J.-P. Nicaise. (2006). Chiropterologisch onderzoek in het Blekkersbos. Rapport Natuurpunt Studie, nummer 7, 32p.

Gleich A. (2002). Grossräumige Analysen mittels GIS zum Vorkommen von Wald und Fledermäusen in Bayern. Schriftenreihe für Landschaftspflege und Naturschutz, Heft 71:7-18.

Helmer W. (1983). De invloed van bosstructuur op vleermuizen. Huid en Haar, 2:137-140.

Jaberg C., Bohnenstengel T., Amstutz R. & J-D. Blant. (2006) Utilisation du milieu forestier par les chauves-souris (Mammalia : Chiroptera) du canton de Neuchâtel – implications pour la gestion sylvicole. Schweiz. Z. Forstwes. 157 (7): 254-259.

Limpens H., Bongers W. & J. Kopinga. (1991) Het belang van oude bomen voor vleermuizen. De Levende Natuur 4:139-144.

Meschede A. & KG. Heller. (2000) Okologie und Schutz von Fledermäusen in Wäldern. Schriftenreihe für Landschaftspflege und Naturschutz, Heft 66, 374p.

Reiter G. (2004). The importance of forest for Rhinolophus hipposideros (Chiroptera, Rhinolophidae) in Austria. Mammalia 68:403-410.

Roche N. & P. Elliott. (2000) Analysis of bat (Pipistrellus and Myotis spp.) activity in deciduous woodlands in England using a nonlinear model. Myotis. 38: 19-40.

Sablon H. (2003). Analyse van verspreidingsgegevens van de chiropterofauna in het Zoniënwoud en in het Hallerbos in relatie tot habitattypes. Thesis Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Wetenschappen vakgroep Biologie, 115p.

Schmidt A. (1988) Beobachtungen zur Lebensweise des Abenseglers Nyctalus noctula (Schreber, 1774), im Süden des Bezirkes Frankfurt/O. Nyctalus 5:389-422.

Strypstein C. (2004) Chiropterologisch onderzoek naar de jachtbiotopen en het aanbod van dagverblijfplaatsen mbt de bossamenstelling in het domeinbos Grotenhout (Antwerpen, België). Thesis Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Wetenschappen vakgroep Biologie, 112p.

Van der Wijden B. (1999) Belang van holtetype en bestandsstructuur voor de kolonieplaatsselectie van boombewonende vleermuizen (Mammalia: Chiroptera). Thesis Universiteit Gent, Faculteit Landbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen, 146p.

Voûte A.M. (1983). De betekenis van holle bomen voor onze inheemse vleermuizen. Ned. Bosbouwtijdschrift 55(2/3):91-99.

Walsh A.L., Harris S.& A.M.Hutson. (1995). Abundance and habitat selection of foraging vespertilionid bats in Britain: a landscape-scale approach. Symposium of the Zoological Society of London 67:325- 344.

Willems W., Lefevre A. & S. Versweyveld. (2003) Vleermuizenonderzoek in domeinbossen en bosreservaten. Rapport Natuurpunt Studie, 183p. 

Labels: