Eiken met pit! 10 jaar onderzoek op autochtone eiken in Vlaanderen

Eiken met pit! 10 jaar onderzoek op autochtone eiken in Vlaanderen

1 maart 2009 om 14:07 door Kristine Vander Mijnsbrugge

27-1.PNG

Eind 2008 werd de inventarisatie van autochtone bomen en struiken in Vlaanderen afgerond, een mooie aanleiding om onder de noemer ‘Zaad met pit!’ autochtone bomen en struiken in de kijker te plaatsen tijdens de Week van het Bos 2009 (11 tot en met 18 oktober). In dit artikel krijgt u alvast een overzicht van het onderzoek op autochtone eiken in Vlaanderen, uitgevoerd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) in samenwerking met het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en in de beginjaren met het Instituut voor Landbouwen Visserijonderzoek (ILVO). De laatste 10 jaar is er heel wat onderzoek verricht op autochtone eiken in Vlaanderen. De opvallendste resultaten werden geboekt bij de reconstructie van de migratiestromen sinds de laatste ijstijd, bij het vergelijken van verschillende autochtone herkomsten met handelsherkomsten in een herkomstproef en bij een morfologische studie. 

Zie PDF

Refernties:

Coart, E., De Vreese, R. & De Cuyper, B., 2001. Studie van Vlaamse relictbestanden van inlandse eik: Genetische diversiteit en situering in Europese migratiestromen. VLINA 00/09Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Brussel.

Coart, E., Lamote, V., De Loose, M., Van Bockstaele, E., Lootens, P. & Roldan-Ruiz, I., 2002. AFLP markers demonstrate local genetic differentiation between two indigenous oak species (Quercus robur L. and Quercus petraea (Matt.) Liebl) in Flemish populations. Theor. Appl. Genet. 105: 431-439.

De Mol, F., 2008. Morfologische analyse van 5 wintereikenbestanden in de Limburgse Kempen. Eindwerk, KaHo, Sint-Niklaas.

Edmands, S. (2007). Between a rock and a hard place: evaluating the relative risks of inbreeding and outbreeding for conservation and management. Molecular Ecology, 16, 463-475.

Hubau, W., 2007. Vergelijking van autochtone wintereik ten opzichte van handelsherkomsten met behulp van herkomstproeven. Stageverslag, Universiteit Gent.

Lambinon et al., 1998 Flora van België, het Groothertogdom Luxemburg, Noord-Frankrijk en de aangrenzende gebieden (Pteridofyten en Spermatofyten), derde druk, p106.

Petit, R.J., Brewer, S., Bordács, S., Burg, K., Cheddadi, R., Coart, E., Cottrell, J., Csaikl, U.M., van Dam, B., Deans, J.D., Espine,l S., Fineschi, S., Finkeldey, R., Glaz, I., Goicoechea, P.G., Jensen, J.S., König, A.O., Lowe, A.J., Madsen, S.F., Mátyás, G., Munro, R.C., Popescu, F., Slade, D., Tabbener, H., de Vries, S.G.M., Ziegenhagen, B., de Beaulieu, J-L., & Kremer, A., 2002. Identification of refugia and post-glacial colonisation routes of European white oaks based on chloroplast DNA and fossil pollen evidence. Forest Ecology and Management, 156, 49-74.

Petit, R., Hampe, A., 2006. Some evolutionary consequences of being a tree. Annual Review of Ecology, Evolution and Systematics 37, 87-214.

Sackville-Hamilton, N.R., 2001. Is local provenance important in habitat creation? A reply. Journal of Applied Ecology, 38, 1374-1376.

Vander Mijnsbrugge, K., Coart, E., Beeckman, H., & Van Slycken, J., 2003. Conservation measures for autochthonous oaks in Flanders. Forest Genetics 10, 207-217.

Vander Mijnsbrugge, K., Cox, K., & Van Slycken, J., 2005. Conservation approaches for autochthonous woody plants in Flanders. Sylvae Genetica, 54, 197–206.

Labels: