Bosaanplanting of spontane verbossing?

Bosaanplanting of spontane verbossing?

1 juni 2007 om 16:02 door Arne Verstraeten, Kris Vandekerkhove, Paul Quataert

20-1.PNG

In Bosrevue 18 bespraken we uitgebreid de verschillen in structuur en soortensamenstelling van de vegetatie tussen aanplantingen en verbossingen op voormalige intensieve akkers op leembodem. Zowel uit de literatuur als uit ons onderzoek bleek dat verbossingen, althans in de beginfase, vaak meer divers en structuurrijk zijn dan aanplantingen. Na zowat 30 jaar vervaagt dit verschil echter: de structuurdiversiteit (bijvoorbeeld de variatie in stamtal) evolueert geleidelijk naar een vergelijkbare waarde. Wat wél bepalend blijft voor het aspect en de soortenrijkdom in het bos op langere termijn, is de dominante boomsoort. Spontane verbossingen worden doorgaans gedomineerd door pionierboomsoorten die veel licht doorlaten (berk, boswilg), terwijl aanplantingen vaak resulteren in dichte donkere jongwas- en staakhoutbossen van eik, beuk of andere weinig lichtdoorlatende climaxboomsoorten. Het is mogelijk dat climaxboomsoorten na lange tijd ook in spontane verbossingen gaan domineren, maar het was binnen het kader van deze studie niet mogelijk om dit te onderzoeken.

Zie PDF

Referenties:

Afdeling Bos & Groen, 2003. Meer subsidies voor de bebossing van landbouwgronden. Wegwijs in de subsidieregeling. Brochure uitgegeven door Het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Afdeling Bos & Groen.

Agentschap voor Natuur en Bos, 2006. Dienstnota betreffende definitie bos, ontbossen en open plekken binnen bos. Dienstnota 2006/01.

De Keersmaeker L, Martens L, Verheyen K, Hermy M, De Schrijver A & Lust N, 2004. Impact of soil fertility and insolation on diversity of herbaceous woodland species colonizing afforestations in Muizen forest (Belgium). Forest Ecology and Management. 188: 291-304.

Dekoninck W, Versteirt V & Grootaert P, 2002. Praktijkgericht onderzoek naar kansen en belangrijke stuurvariabelen voor natuurontwikkeling op gronden met voormalig intensief landbouwgebruik. Deel IV: Invertebraten. VLINA 99/02, studie uitgevoerd voor rekening van de Vlaamse Gemeenschap binnen het kader van het Vlaams Impulsprogramma Natuurontwikkeling in opdracht van de Vlaamse minister bevoegd voor natuurbehoud. Rapport ENT.2002.01.

Muys B & Van Elegem B, 1996. Boomsoortenkeuze bij het bebossen van landbouwgronden. De Boskrant 4: 113-116. 

Verstraeten A, Vandekerkhove K & De Keersmaeker L, 2001. Natuurontwikkeling op voormalige landbouwgronden. Deel II : kansen van spontane verbossing versus actieve bosaanplant. VLINA 99/02, studie uitgevoerd voor rekening van de Vlaamse Gemeenschap binnen het kader van het Vlaams Impulsprogramma Natuurontwikkeling in opdracht van de Vlaamse minister bevoegd voor natuurbehoud. 

Labels: