Spontane dynamieken in onze integrale bosreservaten: leren we nieuwe dingen?

Spontane dynamieken in onze integrale bosreservaten: leren we nieuwe dingen?

2 maart 2006 om 10:38 door Kris Vandekerkhove

15-3.PNG

Integrale bosreservaten bestaan al zeer lang. De eerste reservaten werden reeds in de eerste helft van de 19de eeuw opgericht. Vaak waren het vooral ethische en esthetische motieven die daarbij meespeelden: de laatste stukken Midden-Europees oerbos werden in die periode (met de opkomst van de industriële revolutie) in sneltempo gekapt en vaak omgezet in naaldhoutmonoculturen. Enkele grotere boseigenaren of hun beheerders die nog oerbosrelicten in hun domein hadden, beslisten om deze bewust niet te kappen maar te bewaren voor het nageslacht. De romantiek, als belangrijke cultuurstroming, vierde toen ook hoogtij. De schoonheid van de oernatuur en ‘terug naar de natuur’ waren daarbij belangrijke thema’s, die zeker ook hebben bijgedragen tot de appreciatie voor deze ongerepte bosrelicten.

Bekijk PDF

Referenties:

Christensen, M., Vesterdal, L.,2003. Physical and chemical properties of decaying beech wood in two Danish forest reserves. Nat-man WP7 report 14 p.

Commarmot B. et al., 2005. Structures of virgin and managed beech forests in Uholka (Ukraine) and Sihlwald (Switzerland) : a comparative study. Forest Snow and Landscape Research 79, ½; 45-56.

Dudley N. & Vallauri D. 2004. Deadwood - living forests. The importance of veteran trees and deadwood to biodiversity. WWF report, WWF-Gland 19 pp.

Harmon, M.E., Franklin, J.F., Swanson,F.J., Sollins, P., Gregory, S.V., Lattin, J.D., Anderson, N.H., Cline, S.P., Aumen, N.G., Sedell, J.R., Lienkaemer, G.W., Cromarck, JR., Cummins, K.W. 1986. Ecology of coarse woody debris in temperate ecosystems. In Mac Fayed & Ford (eds) Advances in Ecological Research. Academic Press, London, pp. 133- 302.

Holub, S.M., Spears, J.D. Lajtha, K., 2001. A reanalysis of nutrient dynamics in coniferous coarse woody debris. Can. J. For. Res. 31: 1894-1902

Mountford E.P. 2004. Long term patterns of mortality and regeneration in near-natural woodland. Doctoraatsthesis, Harper Adams University College, Oxford.

Korpel S. (1995) Die Urwälder der Westkarpaten Gustav Fischer Verlag.

Leibundgut H. (1981) Europäische Urwälder der Bergstufe Verlag Paul Haupt, Bern und Stuttgart, 306 pp.

Mayer H. (1969) Aufbau und Waldbauliche Beurteilung des Naturwaldreservates Freyensteiner Donauwald. Cbl. ges. Forstwesen 86(3),161-183

Mayer H. (1971) Das Buchen-Naturwaldreservat Dobra/Kampleiten im Niederösterreichischen Waldviertel. Schw. z. Forstwesen 122(2), 45-66

Mlinsek D. (1970) Verjüngung und entwicklung der Dickungen im Tannen-Buchen Urwald ‘Rog’ (Slowenien). IUFRO-W.C. 1970 -proceedings, 436-442

Ódor, P., Standovar, T., 2003. Changes of physical and chemical properties of dead wood during decay. Nat-man WP7 report.

Vallauri D., André J. & Blondel J., 2002. Le bois mort, un attribut vital de la biodiversité de la forêt naturelle, une lacune des forêts gérées. WWF - Rapport scientifique, 34 pp.

Zeibig A., Diaci J., Wagner J. 2005. Gap disturbance patterns of Fagus sylvatica virgin forest remnant in the mountain vegetation belt of Slovenia. Forest Snow and Landscape Research 79, 1/2,: 69-80.

Labels: